In het leraardossier vindt u standaard observatielijsten (kijkwijzers) die u kunt gebruiken bij groepsbezoeken. Met deze kijkwijzers kunt u direct de scores bijhouden op uw telefoon of tablet. Er is een kijkwijzer die gebruik maakt van de CAO-criteria en eentje die gebruik maakt van de inspectie-eisen. Mijnschoolteam maakt dus gebruik van gevalideerde criteria.

Als u de leraar niet direct wilt scoren op uw smartphone, tablet of laptop, dan kunt u ook gebruik maken van de Download. U downloadt de kijkwijzer die u wilt gebruiken en scoort de leraar eerst op papier. U scoort, bepaalt actiepunten en maakt aantekeningen. Pas achteraf zet u uw bevindingen in Mijnschoolteam.

 

screen2

 

De kijkwijzer met de cao-criteria bestaat uit 32 indicatoren (criteria) die afgeleid zijn van de bekwaamheidseisen zoals deze beschreven zijn in de CAO Primair Onderwijs: 16 indicatoren voor startbekwame leraren, 12 indicatoren voor basisbekwame leraren en 4 indicatoren voor vakbekwame leraren. U houdt de score van een leraar bij op bijvoorbeeld uw telefoon en u kunt daarbij direct een aantal concrete toelichtingen zien bij de beschreven indicator. Daardoor kunt u de indicator objectiever scoren.

De standaard observatielijst is niet alleen gebaseerd op de CAO- indicatoren start-, basis- en vakbekwaam, maar de indicatoren zijn ook gekoppeld aan een aantal competenties, de zogenaamde Mijnschoolteam-competenties (MST-competenties). Dit zijn er vijf:
1. Pedagogisch handelen (PH)
2. Didactisch handelen (DH)
3. Differentiatie (D)
4. Klassenmanagement (K)
5. Gebruik leertijd (T)

Door beide factoren te combineren krijgt u niet alleen zicht op de mate van bekwaamheid van een leraar, maar ook op bijvoorbeeld de mate van competent zijn met betrekking tot het pedagogisch handelen. U kunt een leraar een score geven volgens een vierpuntsschaal, of ‘niet gezien’. Ook kunt u aangeven dat er actie gewenst is en u kunt opmerkingen noteren. De indicatoren die behoren tot de set startbekwaamheidseisen zijn geoormerkt als normindicatoren; een onvoldoende leidt direct tot een actiepunt. Als een indicator een normindicator is, wordt feitelijk aangegeven dat deze indicator altijd zichtbaar moet zijn en niet onvoldoende mag zijn.

De kijkwijzer op basis van de inspectie-criteria zijn afgeleid van het portret didactisch handelen uit het onderzoekskader 2017. Het portret is omgezet in 13 indicatoren: 5x startbekwaam, 5x basisbekwaam en 3x vakbekwaam. Als u deze kijkwijzer gebruikt, kijkt u door de bril van de inspecteur naar uw leraren.

Een eigen kijkwijzer toevoegen
Naast de kijkwijzer die gebaseerd is op de bekwaamheidseisen uit de CAO, kunt u ook zelf een kijkwijzer samenstellen. Om zelf een kijkwijzer te ontwikkelen geeft u aan:
• indicator
• toelichting
• competentie
• bekwaamheidseis
• normindicator

Als u op deze manier een complete kijkwijzer hebt ontwikkeld, kunt u deze steeds gebruiken bij uw groepsbezoeken. Wat uiteraard opvalt bij de vragenlijsten die u zelf ontwikkelt, is dat u zelf bepaalt om welke bekwaamheidseis het gaat. U kunt daarmee hogere ambities vaststellen dan de CAO. Voorbeeld: in de CAO worden criteria met betrekking tot differentiatie toegekend aan de bekwaamheidseis ‘vakbekwaam’. U kunt zelf dit soort indicatoren toekennen aan (bijvoorbeeld) basisbekwaam. Daarnaast kunt u in uw eigen vragenlijsten zelf bepalen welke indicatoren normindicatoren zijn. Wat wilt u altijd zien? Wat mag niet onvoldoende zijn?